0202
04-03-2014
ZEESCHAP
Koen Steegers
, Student TU Delft Landschap

De laatste dertig jaar heeft de Nederlandse politiek verzuimd om de ruimtelijke vraagstukken met betrekking tot windturbines op te lossen. Twaalf jaar geleden werd het probleem verplaatst naar zee. Uit het zicht, zo ver als mogelijk uit de kust. Door deze daad wordt het laatste ware gevoel van vrijheid, in dit steeds voller wordende land, vernietigd. Een ervaring die eeuwenlang generaties Nederlandse families gevormd heeft. De afbraak van dit archetype (de zee), de laatste Nederlandse sublieme ervaring, wordt versneld door de benodigde toename van duurzame energie en de toename van weerstand tegen windturbines op het land.

De problematiek van het Nederlandse land- en zeeschap is weergeven in het manuscript in twee standen: staand en liggend.
Staand toont het een spijkerbed, gericht naar de politiek en de maatschappij. Degenen die de windparken, als nieuwe vorm van stedelijke wildgroei op een nationaal schaalniveau, laat uitbreiden buiten de door landschap gegeven grenzen. Dit wordt getoond in een transparante box voor de helft gevuld met zee water. Het glas is halfleeg.
Liggend toont het manuscript windturbines in zee, in het patroon van het windpark nabij IJmuiden. Door de box heenkijkend worden de roestende windturbines getoond, rijzend uit het water met de horizon op de achtergrond. Naarmate de spijkers roesten zal het de vervuiling van de zee benadrukken. Vanboven accentueert de houten voet de verdrinkende samenleving in de vernietiging van een onvervangbare ervaring. Een ervaring die diep geworteld is in de Nederlandse identiteit.

De doos bevat zeewater, bestaat uit perspex en heeft een teakhouten voet. Bewegen en schudden van de doos ontwaakt de zee, als gevolg van de specifieke kenmerken van zeewater.