0153
01-08-2001
ZONDER TITEL
Ronald van Tienhoven

De meeste ruimtelijke manuscripten geven hun essentie prijs door gebruik: ze worden geopend, in en uit elkaar genomen of aangesloten op een energiebron. Mijn voorstel voor stichting Vedute behelst een vorm van ‘gebruik’ in optima forma. Ruimtelijk manuscript 153 is een blok vogelzaad van 44 x 32 x 7 cm, voorzien van een roestvrijstalen bewapening. De vogelzaden zijn zorgvuldig geselecteerd, waarbij één specifieke vogelsoort als referentiepunt dient:
de Halsbandparkiet (Psittacula krameri), één van de meest verrassende allochtonen in de Amsterdamse vogelwereld. In de loop van één winterseizoen zal ruimtelijk manuscript 153 worden opgegeten door de Halsbandparkieten in het Vondelpark. Wat overblijft is de roestvrijstalen bewapening waarin een gedicht van de Amerikaan Edward Estlin Cummings is verwerkt. Langzaam geeft de taal zich prijs. In ruimtelijk manuscript 153 ligt mijn overtuiging vervat dat de essentie van de collectie van stichting Vedute besloten ligt in de afloop van tijd, in een geleidelijke overgang van materie naar ruimte.
–RvT