0148
10-12-2000
FORMICARIUM
Peter van der Heijden

Als mij gevraagd wordt in een driedimensionaal object, als gevisualiseerde gedachte, het begrip ruimte zichtbaar te maken, dan heb ik een keuzeprobleem. Het begrip ruimte is zo onmetelijk, dat een zoektocht naar essentie een oneindige afvalrace van mijn ideeën zou betekenen. De essentie van dat imploderen van ideeënstromen zou ik dan eigenlijk wel willen visualiseren en voor je het weet schrijf je een boek. In de uitwerking van het strakke programma 44 x 32 x 7 cm heb ik mijzelf een formele bouwopdracht gegeven. Geen verbeelding van een concept, geen vertaling van een idee dat onderdeel is van mijn oeuvre, geen vormgevingsopdracht en geen maquette. Ik heb een gebouw gemaakt met alle benodigde ruimtes, constructies, nutsvoorzieningen, functies en voorwaarden die het voor de gebruiker behoeft. Een gebouw dat past en kan functioneren binnen de maten 44 x 32 x 7 cm en geen millimeter meer. Bij het ontwerp heb ik mij laten inspireren door beroemde ‘architecten’ als Lubbock, Wassman, Fielde, Donishorpe, Santschi, Janet en Viehmeier (al zullen weinig Vedute-bezoekers van deze ontwerpers gehoord hebben). Ik heb een formicarium gemaakt op basis van de uitgangspunten van mierendeskundige Janet. Een kunstmatig mierennest waarin, afhankelijk van de soort, zo’n 1000 mieren kunnen wonen, werken, baren, geboren worden, melken, slavendrijven, vee houden en oorlog voeren. Het nest bestaat uit een goed geventileerde droge lichte buitenruimte met voedselplek en daaronder een donkere en vochtige ruimte met nestkamers. Een tweede ruimte met nestkamers geldt als reserveruimte voor uitbreiding bij groei van de populatie en tevens als ruimte voor de populatie bij de jaarlijkse schoonmaakbeurt. Buiten- en binnenruimte zijn met elkaar verbonden. Vanuit de buitenruimte is het eigenlijke nestgedeelte middels een trechter te bevochtigen. Een juiste vochtigheid van de nestruimte is essentieel voor het welbevinden van de populatie. Een uitgebreide beschrijving voor het houden van een mierenstaat bevindt zich aan de binnenzijde van het nest. De vormgeving van de nestkamers is ontleend aan de plattegronden van woningen aan de Grote Houtstraat, zoals die bij de opgravingen in 2000 op het Haarlemmerplein aan het licht kwamen.
–PvdH

www.petervanderheijden.com