Stuff it (essay uit de uitgave: Vedute 1991-2001; 2001) Rein Jelle Terpstra

Het begrip ruimte heeft een aantal aanstekelijke, geestrijke definities. Een kleine greep uit al dat moois:
het geheel van mogelijkheden om iets te realiseren
de mogelijkheid tot expansie
het wereld-, hemel- of luchtruim
plaats waar men zich vrij kan bewegen
de onbegrensde uitgebreidheid waarin zich de lichamen bevinden
onbekrompenheid
ontheffing van druk en beklemdheid
Maar over welke definitie van ruimte heeft Vedute het nu eigenlijk? Welke van deze definities stond Vedute voor ogen toen zij tien jaar geleden het megalomane plan bedacht om een vocabulaire op te bouwen van deze grootheid, gevat in rigide maten? Al de genoemde definities impliceren immers een ruimte in de zin van vrijheid, groei en beweging. Een opvatting van de reizende mens. Ook een opvatting van een plek die niet meer wordt aangeduid als plek A of plek B, maar juist de ruimte daartussen of er omheen. Het onderweg, van de ene plek naar de andere. De ruimte nu is uitgebreid met het virtuele, gekoppeld aan de snelweg en het netwerk, het vaste centrum ontbreekt. Ver weg van een bibliotheek met chronologisch gerangschikte manuscripten. Vanwaar die merkwaardige discrepantie tussen het heerlijke, optimistische idee van ruimte en vrijheid en de eng geconstrueerde, in doosvorm weergegeven werkelijkheid van Vedute? Zou Vedute iets over het hoofd hebben gezien? Of ben ik te snel in mijn oordeel? Een stapje terug.
Lange tijd geleden zag ik ‘The Draughtsman’s Contract’ van Peter Greenaway. In deze film zag ik een fenomeen dat mij erg bezighield. De film speelt zich af in de achttiende eeuw en de hoofdrolspeler is een tekenaar van landschappen en architectuur. De tekenaar zette een raamwerk met raster tussen hem en zijn omgeving voordat hij begon te tekenen. Door het zicht op de omliggende ruimte te beperken en deze in te klemmen kon hij beter observeren. Ruimte heeft dus een beperking nodig, willen wij haar kunnen vatten. Die beperking, dat zijn de contouren, de kadrering. De afgebakende plek wordt een vorm van leegte. De leegte wordt hierdoor beïnvloed, zoals een stilte die beïnvloed wordt door de geluiden voorafgaand of juist volgend op stilte. Hoezo, leegte? Waarom associeer ik een plek met leegte?
Een plek, zoals een zolder, kan toch vol staan met ongebruikte spullen? Of een straat die volstaat met allerlei straatmeubilair en auto’s? Een landschap met oneindig veel struikgewas?
Het lijkt er op dat wij iets als een plek zien wanneer alles dat zich binnen een bepaalde kadrering - bijvoorbeeld het menselijk oog, de menselijke geest of ons lichaam - bevindt, samen een definitie van een plek geeft. Met andere woorden: een plek is het geheel van de dingen die er staan, maar ook alle herinneringen en de verbeelding die dit geheel kan oproepen. Dat is wat die 152 manuscripten veroorzaken binnen het ogenschijnlijk windstille Vedute. Er wordt plek gemaakt.
Elk manuscript is onderworpen aan een strenge beoordeling, met een blik die niet vrij is van elke formaliteit. Logisch, waar vorm de aanleiding is voor inhoud. De contouren, de omkadering van de ruimte liggen vast. De maten zijn vastgelegd, uitgedaagd, bediscussieerd en aangescherpt. Maar zo niet de gedachten die het manuscript los kan maken. Deze onttrekken zich wonderwel aan alle scherpslijperijen. In de directe nabijheid van het manuscript blijven die gedachten rondcirkelen en nestelen zich soms in onze geest. Gedachten kunnen overspringen, van materie naar de geest en vice versa. Als je maar genoeg dichtbij kunt komen.
Nog even terug naar het begin. Zou het manuscript op te vatten zijn als een concentraat, een soort verdikkingsmiddel? Als een bottleneck van 44 × 32 × 7 cm, waar alle ideeën doorheen moeten stromen voordat de geest uit de fles kan ontsnappen? Misschien is Vedute nog beter te begrijpen als een StuffIt computerprogramma, waarin alle informatie door de maker als een klein pakketje in elkaar wordt gefrommeld, de snelweg opgestuurd, waarna de ontvanger dit kleine propje zo weer uit elkaar kan halen. Vanzelfsprekend heeft dit te maken met het transportabel maken van de dingen. Om ze van de ene plek naar de andere te verplaatsen, moet hun remmend oppervlak zo klein mogelijk zijn. Dit principe geldt niet alleen voor pakketjes, maar ook voor het overbrengen van impulsen en energie. De mentale dingen, de ideeën. Transmissie. Dat betekent dus dat in de Vedute-ruimte allemaal ingepakte informatie ligt opgeslagen, afkomstig uit het veel te grote hoofd van de maker (te groot voor transport). Informatie die klaarligt tot iemand met witte handschoenen deze in beweging zet en soms letterlijk zal ontvouwen.

Informatie

Voor bruikleenaanvragen, presentaties en alle andere informatie:
Pascale Pere  P.Pere@hetnieuweinstituut.nl
info@vedute.nl

Mailadressen wijzigen nogal eens. Wie ten onrechte geen uitnodigingen van Vedute ontvangt, vragen wij een mailadres te sturen aan maaikebehm@gmail.com

COLOFON

OPRICHTERS
Rob Bloem
Christian Bouma
Mariska van der Burgt
Peter de Rijk
Suzanne Styhler

BESTUUR
Dirk Sijmons
Maaike Behm
Mienke Simon Thomas
Daan Bakker
Peter van der Heijden
Behrang Mousavi
Eric Amory

FOTOGRAFIE
Wim Beishuizen i.s.m. Ruud Gort
Clemens Boon
Eric Hamelink
Johannes Schwartz
Tonny de Rover
Eliza Hicksdoor
Peter van der Heijden
makers / auteurs beschikbaar gestelde foto’s

VIDEO
Robert Rizzo

VERTALING
Jane Zuyl-Moores
Marianne Drewes

TEKSTREDACTIE/BEELDREDACTIE
Peter van der Heijden

ONTWERP
75B

WEBITE
PMS72

PROJECTCOORDINATIE
Daan Bakker, Peter van der Heijden

WEBSITEBEHEER
Marieke Veling

Deze website is tot stand gekomen mede dankzij subsidies van de Mondriaanstichting en het Stimuleringsfonds voor Architectuur.